De Belgische militaire begraafplaats aan de rand van het bos van Houthulst ontstond na de Eerste Wereldoorlog. Deze begraafplaats is één van de 27 sites die werd opgenomen op de Werelderfgoedlijst van Unesco.
Wie van Poelkapelle naar Houthulst rijdt kan er niet naast kijken. Net voor het centrum van Houthulst ligt aan de rechterkant één van de bekendste Belgische militaire begraafplaatsen uit de Westhoek. Het is niet de grootste (met het meeste graven), die ligt in De Panne (3 748 graven), maar wel één van de bijzonderste. Niet enkel de nogal ongewone vorm, maar ook de Italiaanse graven, de mooie ligging aan de rand van het Vrijbos en uiteraard het feit dat het merendeel van de gesneuvelden het leven lieten tijdens het eindoffensief maken van deze begraafplaats een unicum.
Belgische militaire begraafplaatsen
Zoals vermeld is de begraafplaats van Houthulst één van de Belgische begraafplaatsen in de Westhoek. In totaal zijn er 9, allen bevinden zij zich in de noordelijke helft van de Westhoek. Dit is eenvoudig te verklaren door het feit dat de Belgische troepen voornamelijk ingezet werden aan het IJzerfront en dus ten noorden van de Ieperboog.
Een overzichtje:
-
Adinkerke (1717 graven)
-
De Panne (3 748 graven)
-
Hoogstade (825 graven)
-
Houthulst (1 804 graven)
-
Keiem (590 graven)
-
Oeren (509 graven)
-
Ramskapelle (626 graven)
-
Steenkerke (537 graven)
-
Westvleteren (1 208 graven)
Verder zijn er ook nog Belgische militaire begraafplaatsen buiten de Westhoek. O.a. Brugge, Halen, Ougrée, Halen, Wilrijk, Boncelles, …
De 9 begraafplaatsen in de Westhoek werden recentelijk trouwens als beschermd monument erkend.
Van de 42 000 gesneuvelde Belgische militairen werd het merendeel door hun familie gerepatrieerd en begraven op de burgerlijke begraafplaats van hun woonplaats. Voor 15 790 gesneuvelden was dit echter niet het geval. Deze werden begraven op de diverse militaire begraafplaatsen in de frontstreek.
De locatie van de begraafplaats verwijst in sommige gevallen naar de plaats van een veldslag (bv. Houthulst, Keiem, Ramskapelle), dit zijn vaak verzamelbegraafplaatsen. De gesneuvelden werden kort na de strijd immers begraven op de plaats of toch in de nabijheid van hun plaats van overlijden. Dit zorgde in de frontzone voor heel wat kleine, afzonderlijke begraafplaatsen. In de jaren na de Eerste Wereldoorlog werden die samengevoegd tot meerdere grote verzamelbegraafplaatsen. Houthulst is hier een mooi voorbeeld van. In andere gevallen werden deze aangelegd in de nabijheid van een medische post of hospitaal (bv. Westvleteren, Hoogstade, Oeren, Steenkerke, Adinkerke en De Panne).
De grafzerken werden gemaakt uit een zware arduinen steen, gebogen bovenaan met twee omkrullingen aan de uiteinden en daarop een bronzen plaat met de naam, voornaam, rang, regiment, geboorteplaats en –datum en de datum van overlijden. In tegenstelling tot bijvoorbeeld de graven van de Commonwealth worden de inscripties dus niet gegraveerd, hiervoor is het arduin te hard. Telkens staat er ook de vermelding “stierf voor België” of “mort pour la Belgique”. Afhankelijk van de taal van de gesneuvelde staat de tekst op de plaat in het Frans of in het Nederlands. De keuze hiervoor lag bij de familie van de gesneuvelde. Vaak kwam het voor dat een Vlaamse familie er dus toch voor koos om de tekst op de plaat in het Frans te plaatsen. Op de plaat komt ook de afbeelding van één of meerdere decoraties voor. Quasi elke soldaat ontving de herinneringsmedaille (cijfer 14 in cirkeltje) en de overwinningsmedaille (hoofdletter V). Ook andere medailles zoals de IJzermedaille, ridder in de Leopoldsorde, e.a. … komen voor.
Boven de bronzen plaat zien we tenslotte ook telkens een schild met de Belgische driekleur. In sommige gevallen staat die schuin of staat er een leeuw op. Dit heeft geen verdere bijzondere betekenis.
Verder vinden we op alle begraafplaatsen ook heel wat ongeïdentificeerde gesneuvelden terug. Bij hen staat op de bronzen gedenkplaat de vermelding “Onbekende militaire gestorven voor België 1914-1918 – Militaire inconnu mort pour La Belgique 1914-1918”.
Een aantal Vlaamse gesneuvelden rusten onder een heldenzerkje. In Houthulst zijn er echter geen dergelijke graven.
Enkele cijfers
Rond de begraafplaats van Houthulst bestaan heel wat onduidelijkheden. Eén ervan is het aantal graven. In heel wat publicaties spreekt men over 1 855 Belgische graven, maar in tal van andere publicaties of websites komen nog andere aantallen voor. Na telling ter plaatse blijken er in totaal
1 723 Belgische grafstenen te staan en 81 Italiaanse grafstenen (meer over deze Italianen verder in dit artikel). In totaal bevinden er zich dus 1 804 graven op deze site. Op het grondplan staan wel degelijk 1 855 graven geregistreerd, maar een 2-tal rijen en 4 perken werden uiteindelijk niet ingevuld.
Bij de Belgen vinden we 1 230 geïdentificeerde en 493 ongeïdentificeerde graven. Bij de Italianen 74 geïdentificeerde en 7 ongeïdentificeerde. Als we er dan even het register bij nemen merken we een aantal bijzonderheden op. Zo zien we ene “Graf Léon” staan in het register. We vinden op die locatie echter geen zerkje… Misschien hadden ze het hier niet over de persoon met de familienaam Graf maar over dat ene graf…? Een foutje? De gebroerders Evrard daarentegen staan niet in het register genoteerd maar liggen wel degelijk begraven te Houthulst. Hun graven vind je in perk B1.
Als we de geïdentificeerde gesneuvelden gaan indelen volgens sterfjaar komen we tot het volgende overzicht:
-
1914: 22 gesneuvelden
-
1915: 2 gesneuvelden
-
1916: 3 gesneuvelden
-
1917: 8 gesneuvelden
-
1918: 1195 gesneuvelden (waarvan de meesten in de periode 28 september – 15 oktober)
Opvallend is dat slechts 35 van de begraven militairen vóór 1918 sneuvelden en het merendeel in de periode kort na het eindoffensief om het leven kwamen. Dit bevestigt de eerder vermelde theorie dat deze begraafplaats werd aangelegd op de plaats van een veldslag. In dit geval betreft het hier de inname van het bos van Houthulst (28 september 1918), één van de zwaarste gevechten tijdens het eindoffensief.
Het merendeel van de bronzen grafplaten is in het Nederlands. 863 om precies te zijn. De overige 367 zijn in het Frans. Ook dit is niet verwonderlijk wetende dat de regimenten die op 28 september 1918 de aanval op het Vrijbos inzetten vooral uit Vlaamse jongens bestonden (o.a. het 23e linieregiment).
Als we dan even de indeling volgens rang maken krijgen we het volgende: er liggen 51 officieren begraven, waarvan 4 majoors, 1 kapitein-commandant, 12 kapiteins, 7 luitenanten, 24 onderluitenanten en 3 artsen. Er liggen ook 80 onderofficieren. De overigen zijn korporaals of brigadiers en soldaten (o.a. ook brancardiers (1 priester), chauffeurs, klaroenblazers, …). Net als bij de Britten, Duitsers en Fransen werd geen onderscheid in grafstenen gemaakt tussen soldaten en officieren. In de dood is iedereen gelijk. Officieren liggen hier ook willekeurig begraven tussen de andere ‘gewone’ soldaten.
Bij de indeling volgens regiment zien we dat het vooral soldaten zijn uit de infanterie: Linieregimenten, Jagers te Voet, Karabiniers, Grenadiers. 15 militairen zaten bij de Cavalerie, 67 bij de Artillerie, 35 bij de Genie, 5 bij Transport, 2 van Gendarmerie, 1 van Vliegwezen, …
Tenslotte nog deze cijfers: Uit een onderzoek van Oorlog en Vrede in de Westhoek en Westtoer leerden we dat in 2006 naar schatting 5 642 bezoekers lokte. Vermoedelijk is dit aantal de voorbije jaren fors toegenomen. Vooral in het kader van de 90ste herdenking van het eindoffensief vonden heel wat bezoekers hun weg naar Houthulst.
28 september 1918
Uit bovenstaand cijfermateriaal bleek al dat het grootste deel van de in Houthulst begraven militairen sneuvelden in de periode tussen 28 september 1918 en 15 oktober 1918. De periode van het eindoffensief. Voor we hier wat dieper op ingaan schetsen we eerst kort de historiek van de Eerste Wereldoorlog in Houthulst.
Alhoewel er sinds 12 september 1914 al geregeld Duitse verkenners (Ulanen) gesignaleerd werden in de streek begon voor Houthulst de oorlog pas echt half oktober 1914. Enkele weken vooraf hadden de eerst vluchtelingen de dorpen al overspoeld, maar als de Belgische troepen na de val van Antwerpen op 12 oktober zich massaal terugtrekken achter de Ijzer en het Kanaal Ieper-Ijzer trokken ook deze vluchtelingen verder richting Franse grens. Ook heel wat inwoners van Klerken en Houthulst trekken na 12 oktober op de vlucht. Op 17 oktober werd in Houthulst en het Vrijbos slag geleverd tussen Duitsers en Belgen en Fransen. Die Belgen en Fransen trokken zich even later terug via Jonkershove richting Merkem waar er op 21 oktober opnieuw vuurgevechten plaatsvonden. Nog diezelfde dag trokken de Fransen zich terug achter de Drie Grachtenbrug. Uiteindelijk kwam het front tot stilstand en strekte zich uit vanaf de Blankaart via de onderwatergezette Merkemse Broeken en Drie Grachten tot aan Langewade en Steenstrate.
In Houthulst bleven enkele parochianen en kloosterzusters ter plaatse tot eind juli 1917. Na die zomer bleef de streek onbewoond tot de lente van 1919.
In tegenstelling tot Klerken, Merkem en Jonkershove bleef de parochie Houthulst lange tijd gespaard van het grote oorlogsgeweld. Pas in de zomer van 1917, met de derde slag van Ieper, zou daar verandering in komen. Het front kwam dan gevaarlijk dichtbij.
Het Vrijbos werd ondertussen ingericht als een oninneembare vesting met tal van bunkers, munitiedepots, spoorwegen, oefenterreinen, etc… Dankzij de camouflage van het bladerdek werd dit voor het Duitse leger een strategisch zeer belangrijke plaats. Van hieruit konden ze ongestoord troepen en munitie aanvoeren naar de slachtvelden van o.a. Merkem, Bikschote, Langemark en Boezinge.
Tijdens de derde slag om Ieper in de zomer en het najaar van 1917 kwam de frontlinie voor het eerst terug in beweging. De Fransen en Engelsen naderden vanuit Poelkapelle en Langemark tot aan de zuidrand van het Vrijbos en aan het Kanaal Ieper-IJzer konden de Fransen Merkem heroveren. Deze terreinwinst moesten de geallieerden tijdens het Duitse Lenteoffensief van 1918 echter weer grotendeels opgeven. Enkel de Belgen hielden stand bij Merkem, waar ze op 17 april 1918 een overwinning behaalden tijdens de slag om De Kippe. Eind 1917 en in 1918 hadden de Belgen het echter niet gemakkelijk bij Merkem. Dagelijks moesten ze zich er met hand en tand verdedigen wat heel wat slachtoffers eiste. Door de nabijheid van het front werd het Vrijbos ondertussen volledig aan flarden geschoten.
Na de slag om Merkem op 17 april 1918 bleek het tij te keren voor de Belgische troepen, waar eerder vooral de Duitsers aanvallen uitvoerden op Belgische stellingen waren het deze keer de Belgen die poogden op Duitse voorposten in te nemen.
Na een grondige voorbereiding beslisten de geallieerden om op 28 september een grootscheeps offensief in te zetten. Voor het eerst in deze oorlog verklaarde Koning Albert zich akkoord om ook de Belgische troepen ten volle in de aanval te werpen. 140 000 soldaten werden ingezet. Het Belgische front strekte zich uit van de Potyze (bij Ieper) tot tegen Diksmuide. Eén van de meeste gevreesde punten op deze lijn was het Bos van Houthulst. Dit bos had ondertussen mythische proporties aangenomen in de verhalen van de Belgische soldaten. Het leek onmogelijk in te nemen. Deze onaangename taak was weggelegd voor de 7e legerdivisie. Het 4e Linieregiment moest de zuidrand van het bos innemen, het 24e Linieregiment de noordrand en het 23e Linieregiment moest centraal het bos betreden.
Op 28 september om 2u30 ging een gigantische artilleriebeschieting van start en om 5u30 startte de aanval van de infanteriesoldaten. Tegen alle verwachtingen in verliep de opmars zeer vlot. De Duitsers in het bos trokken zich vrij vlug terug uit angst om omsingeld te worden. Tot eenieders verbazing bereikten de Belgen reeds tegen de middag de weg Poelkapelle-Houthulst (waar zich nu de begraafplaats bevindt). Daar kwam het echter tot een stagnatie. De weerstand werd plots veel heviger en het aantal Belgische slachtoffers was enorm. Toch lukte het in de loop van de namiddag om de oostrand van het bos te bereiken. Het onwaarschijnlijke was gelukt, het bos van Houthulst werd in slechts één dag gezuiverd van alle Duitsers. De zware gevechten gingen ook op 29 en 30 september nog door. Daarna werd beslist om even een korte en relatieve pauze in te lassen waarna de gevechten op 14 oktober weer in alle hevigheid losbarstten. De opmars van de geallieerden was nu niet meer te stoppen.
Ster
Bijzonder is de vorm van deze begraafplaats. De rijen van de graven lijken van op de grond chaotisch door elkaar te staan, maar vanuit de lucht (of op het grondplan) zie je duidelijk een zespuntige ster. Naar de reden van deze vorm is het tot op heden wat raden. Verschillende redenen worden gegeven. Quasi zeker is het dat de ster niets met een Joodse of Davidster te maken heeft. Wat al iets aannemelijker lijkt is dat de 3 punten die wijzen naar het bos de richtingen aanduiden vanwaar de aanvalsgolven kwamen (4e Linie zuidrand bos, 23e Linie centraal, 24e Linie noordrand bos). Een andere mogelijkheid is dat de wirwar van rijen wijst op de chaos die heerste tijdens de aanval. De onoverzichtelijkheid van het slagveld als het ware. De meest voor de hand liggende reden lijkt mij echter dat deze vorm puur uit esthetische overwegingen zo is aangelegd en er dus geen achterliggende visie moet gezocht worden.
De begraafplaats is in 2 symmetrische stukken onderverdeeld met rechts en links van de gang vertrekkend uit de ingangspoort 19 perken. Deze perken worden aangeduid met een letter.
Langs de voorkant van de begraafplaats vind je een zware muur met “bastions”. Deze hebben zowel in het Nederlands als het Frans de opschriften: “1914-1918” en “Militair Kerkhof van Houthulst”. Alhoewel er in de verste verte geen kerk te bespeuren valt…
Aan de zijkanten en achterkant is geen muur. Enkel wat draad duidt de grenzen van de site aan.
Onlangs werden alle graven grondig gerestaureerd. De arduinen grafstenen werden gezandstraald en de bronzen platen opgepoetst. Tussen de graven in groeien witte rozen.
Het Vrijbos
Wat deze begraafplaats zo vreedzaam en indrukwekkend maakt is de ligging aan de rand van het Vrijbos. Zoals je eerder in dit artikel al kon lezen was het Vrijbos van groot strategisch belang voor de Duitsers. De hevigheid van de gevechten er rond waren dus minstens even groot.
Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog was het bos ongeveer 1 000 ha groot. Na het eindoffensief in 1918 bleef daar geen boom van over. Het bos was compleet verwoest. In de jaren ’20 werd slecht een fractie van het bos heraangeplant. Momenteel is het bos net geen 370 ha groot, waarvan het grootste deel (216 ha) militaire domein is (DOVO).
De vredigheid van de locatie en het feit dat het eindoffensief hier in alle hevigheid woedde speelde mee met de beslissing om hier deze begraafplaats aan te leggen. Zoals eerder vermeld is dit een verzamelbegraafplaats. Het terrein van 3,94 ha groot werd in 1923, kort na de herbebossing, door de staat aangekocht. De graven van niet-gerepatrieerde gesneuvelden in de rechthoek Diksmuide-Ieper-Menen-Lichtervelde werden hier verzameld. Het plan werd getekend door architecten Blondeau en Moreau van de dienst militaire grafsteden in Brugge. In 1924 en 1925 werd begonnen met het plaatsen van de grafstenen.
Enkele bijzondere figuren
Hector BREL - Graf E – 219
Soldaat 2e klasse, Oorlogsvrijwilliger 1915 – 7e Linieregiment (8e Cie) – geboren Zandvoorde bij Ieper * op 18.9.1895 – smid – zoon van Oscar Brel en Marie Vanden Bulcke – gesneuveld te Moorslede op 2.10.1918 (4e dag van het eindoffensief) - 23 jaar– Werd nog dezelfde dag begraven te Moorslede en later, op 26.6.1923, overgebracht naar de Militaire Begraafplaats van Houthulst. Was ongehuwd. Had een litteken aan de linkerenkel.
Familie van Jacques Brel. Deel van de familie week uit naar Brussel en stichtte er de cartonfabriek (golfcarton)– Vanneste en Brel. Bij een bezoek aan de verpakkingsbeurs van Parijs bleef de jonge en dan nog onbekende Jacques Brel in Parijs. Dit verklaart zijn “Mon plat pays, qui est le mien”.
Victor CALLEMEYN - Graf F1 – 1379
Onderluitenant (H), Oorlogsvrijwilliger 1914 – Geboren op 20.2.1895 te Kortrijk. Ging in dienst op 5 Augustus 1914, onmiddellijk na de Duitse inval (4 Augustus) in België. Hij was dan 19 jaar en nog student aan het St.-Amanduscollege te Kortrijk. Werd Onderluitenant bij de 3e Compagnie van het 10e Linieregiment.
Gewond aan de hand tijdens het beginoffensief kon hij nog naar zijn huis terugkeren.
In Maart 1915 vervoegde hij, via Nederland, opnieuw zijn eenheid.
Op 29.4.1918 (enkele dagen na de Slag bij Merkem) werd hij, te Langemark een eerste keer verwond. Hij weigerde zijn manschappen te verlaten tot hij bij Martin Hill, door obusscherven getroffen en zwaar gewond, nog dezelfde dag stierf. Zijn lichaam kwam in Duitse handen bij de aanval op Martin Hill en werd er begraven. In 1923 kwam het naar Houthulst.
Infanterieschool in Arlon werd de Callemeyn-Kazerne.
Eretekens :
- Kruis van Ridder in de Leopoldsorde
- Oorlogskruis
- Overwinningsmedaille en Herinneringsmedaille
Léon de BONGNIE - Graf D – 188
Regimentsdokter bij het 2e Regiment Gidsen. Afkomstig van Tournai.
Gesneuveld op 17.10.1914 (Vijfwege) door een obus die onder zijn paard ontplofte.
Roger Albert Herman d’UDEKEM d’ACOZ - Graf T - 796
Geboren te Gent op 13.1.1894 als zoon van Paul Joseph Marie d’Udekem d’Acoz en Madeleine Marie de Neulandt de Pottelsberghe.
(Oom van Henri d’Udekem d’Acoz – Poperinge)
Student Universiteit Gent – Faculteit Filosofie en Letteren
Onderluitenant (H), milicien 1914 bij het 13e Linieregiment 1/1
Zwaar getroffen door mitrailleurkogels op 13.4.1916 te Diksmuide en overleden op 28.9.1918 (1e dag van het eindoffensief) te Woumen – Blankaartkasteel.
Begraven op 6.10.1918 in Serpenthoek. In 1923 werd het lijk overgebracht naar Houthulst
Eretekens :
- Kruis van Ridder in de Leopoldorde met palmen
- Oorlogskruis met palmen
- Vermelding op het Legerdagorde
Luitenant-Observator-Vlieger Charles COOMANS
Regiment Militaire Luchtvaart 7e Smaldeel (Compagnie des Aviateurs)
Sneuvelde op 28.9.1918, de eerste dag van het eindoffensief, om 9h, de eerste uren van het offensief in het Bos van Houthulst. Werd begraven in het Militair Kerkhof van De Panne.
Reeds op 11 Januari 1918 had hij een brief opgemaakt, als afscheid, gericht aan zijn ouders.
Enkele zinnen die zowel zijn gemoedstoestand als het tijdsbeeld weergeven :
“A mes chers parents,
En ces tristes jours d’hiver j’ai tenu à écrire ces mots qui seront le dernier adieu de votre fils. -…-
J’ai fait ce que j’ai pu pour mériter votre affection; fier du nom que je porte, j’ai voulu qu’il soit synonyme d’honneur.-…-
Cette vie, je la dois à ma Patrie, au Roi.-…-
Ne vous désolez donc pas, mes Chers Parents, de ne plus me voir auprès de vous ;
sèche tes larmes, chère Maman, toi qui fus pour moi la plus exquise des mères.»
De Gebroeders
Joseph EVRARD - Luitenant-Commandant 4e Linieregiment – 10e Compagnie
Ignace EVRARD - Adjudant-Oorlogsvrijwilliger 4e Linieregiment
Beide broers liggen naast elkaar* op de Militaire Begraafplaats van Houthulst.
Beide broers behoorden tot hetzelfde 4e Linieregiment.
Beide broers sneuvelden op 28.9.1918 – de eerste dag van het offensief.
Hoewel Ignace eerst begraven werd op het Militair Kerkhof aan de Linde, was de militaire overheid blijkbaar zo attentvol beide broers naast elkaar te plaatsen op de Militaire Begraafplaats van Houthulst.
Opvallend: deze graven zijn niet opgenomen in het register van Houthulst, maar wel in die van Hoogstade. Wat doet vermoeden dat ze eerst daar begraven werden.
Augustin MAELBRANCKE - Graf L1 – 1510
Geboren te Vlamertinge 4.2.1893
In 1912 of 1913 beroepsvrijwilliger bij het pas gevormde Bataljon Karabiniers-Cyclisten van de Cavaleriedivisie. Werkte in de keuken als Soldaat 2e klasse.
Augustus 1914, begin van de oorlog, terugtocht van de Belgen, “recupereerde” hij van de Duitsers een Duits mitrailleur-geweer. In Aalst, nadat de brug reeds opgehaald was, ging hij, onder Duits mitrailleurvuur, in een bootje dit wapen ophalen.
Sneuvelt op 19 October 1914 in Staden. Werd door de Duitsers in Staden begraven en later, 1924, naar Houthulst overgebracht.
Eretekens :
- Ridder in de Orde van Leopold II
- Oorlogskruis
- IJzermedaille
De Italianen
Achter de Belgische vlag zien we ook de Italiaanse driekleur wapperen. Helemaal op het einde van deze begraafplaats liggen immers ook 81 Italianen begraven. Onder de Italiaanse vlag staat een gedenksteen met de vermelding “L’Italia ai suoi caduti. 1915-1918” (Italië aan zijn gesneuvelden).
De Italiaanse graven zijn soberder dan die van Belgen. Het betreffen kruisjes met een schild met Italiaanse driekleur en een plaatje met enkel de naam van de overledene.
Het betreft hier Italiaanse soldaten die krijgsgevangen werden genomen aan het Alpenfront tijdens gevechten met het Oostenrijks-Hongaars leger. Ze werden samen met Russische krijgsgevangen naar kampen gevoerd in de regio Roeselare-Izegem. Daar werden ze ingezet voor werken aan de haven en de spoorwegen. Ook het begraven van Duitse gesneuvelden behoorde tot hun taken.
In tegenstelling tot wat vaak verkeerdelijk verteld wordt werden deze Italiaanse krijgsgevangen niet als levend schild ingezet door de Duitsers tijdens het eindoffensief. Allen kwamen om door ontbering en ziekte.
Het merendeel werd in eerste instantie in de regio rond Izegem en Roeselare begraven. Velen kwamen terecht op de Duitse begraafplaats van Izegem (Ehrenfriedhof Iseghem). Na de oorlog lagen hier 3 000 doden. Niet enkel Duitsers, maar ook Italianen, Russen, Fransen, Britten, Australiërs, Amerikanen en Belgen. In de jaren ’20 werd deze begraafplaats opgedoekt. De overledenen werden overgeplaatst naar andere begraafplaatsen in de regio. De Duitsers naar Langemark en Menen, de Britten en Australiërs naar Harelbeke, de Amerikanen naar Waregem, de Fransen in Machelen, de Russen naar Menen en de Belgen naar Houthulst. Omdat de Belgen en Italianen in Izegem ook samen lagen werden de Italianen ook herbegraven in Houthulst.
Het is geweten dat krijgsgevangen werden ingezet in het station van Vijfwegen en in het Vrijbos, maar of daar effectief ook Italianen werkten is hoogst onzeker.
In 1975 werden nog eens 6 Italianen overgebracht naar Houthulst die eerder begraven lagen in Deinze. Tijdens de Eerste Wereldoorlog moesten ze aan de sporen werken in de buurt van de fabriek Liebaert aan het station van Deinze.
Herdenken
De offers van onze landgenoten zijn nog niet vergeten. Jaarlijkse houdt de gemeente Houthulst een herdenkingsplechtigheid op de begraafplaats. Dit is telkens opnieuw in de periode rond 28 september. Op die dag wordt bloemenhulde gebracht door diverse regimenten en het gemeentebestuur. Ook is er telkens een Italiaanse delegatie aanwezig die een krans neerlegt bij het monument van de Italianen.
Bronnen
-
De militaire begraafplaatsen van W.O. I in Vlaanderen / M. Vansuyt en M. Van de Bogaert
-
Notities Roger Verbeke
-
Ik was soldaat in het Vrijbos / W. Heldenbergh en M. Bouttry
-
Van het Vrijbos tot Roeselare / R. Baccarne en J. Steen
Openingstijden
Van zonsopgang tot zonsonderdag.
Toegang
Gratis te bezoeken.

