Syderoen de Hosche (later verlatijnst als Sidronius Hosschius) wordt geboren in de Groenestraat in Merkem op 20 januari 1596 als zoon van Syderoen de Hosche en Jossyne Caeyaert.
Na zijn humaniorastudies aan het Jezuïeten-college in Ieper en zijn studies filosofie in Douai, treedt hij op twintigjarige leeftijd binnen in de orde van de Jezuïeten in Mechelen. In 1623 start hij vervolgens met de studie van theologie aan de Leuvense universiteit.
Na het voltooien van zijn studies wordt hij in 1628 in het Nederlandse 's Hertogenbosch aangesteld als prefect. Omwille van de strijd tussen de Noordelijke Provinciën (Nederland) en de Zuidelijke Nederlanden (Vlaanderen), dient hij echter 's Hertogenbosch te verlaten en keert hij terug naar het Jezuïetencollege in Gent.
In 1634 begint hij zijn dichterscarrière waarmee hij snel internationale faam verwerft.
Op 4 september 1653 overlijdt hij als overste van het Jezuïetencollege in Tongeren.
In 1844 wordt voor de kerk van Merkem een dorpspomp met bronzen borstbeeld ingehuldigd ter ere van de van Merkem afkomstige dichter Sidronius Hosschius naar een ontwerp van de beeldhouwer P. De Vigne (Gent).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de pomp samen met het borstbeeld vernield en niet herplaatst. De basis van deze dorpspomp wordt beroemd als de zogenaamde "Steen van Merkem".
In de loop van 1917 schrijven Vlaamse soldaten, die opkomen voor de toepassing van de taalwetten in het leger, op deze basis in rode verf "hier ons bloed, wanneer ons recht" als vorm van protest. Deze "Steen van Merkem" wordt in 1933 overgebracht naar de crypte van de IJzertoren in Kaaskerke (Diksmuide), waar hij nog steeds staat.
In augustus 1986 onderneemt de Heemkring die de naam van de dichter kreeg, het initiatief om een nieuw borstbeeld op de hoek van de Stationsstraat/Boterbloemstraat op te richten.


